LCB Blog: ‘Kanaliseren van maatschappelijk engagement’ door Peter Linde
17 Jan, 2012
Na afloop van een college Management van Organisaties op de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap ontwaar ik in de hal midden tussen druk pratende studenten een standje. Ik weet niet precies wat de doorslag gaf voor het aanknopen van een gesprekje. Was het de tekst ‘initiatiefnemer(s) gezocht’ die me aantrok? Of waren het de twee studenten die de stand bemensten die ik kende uit een eerder vak en die met een uitnodigend gebaar mijn aandacht trokken? Hoe dan ook, wat me in het praatje over de streep trok was dat het LCB het thema ‘Big Society’ op haar congres onder de aandacht wil brengen van bestuurskundigen in Nederland.
De vraag naar de houdbaarheid van de verzorgingsstaat gaat in Engeland gepaard met een door Cameron ingestoken politiek discours over ‘Big Society’. Een ideologisch getint debat over de toekomstige inrichting van de maatschappij en de rol die maatschappelijke actoren daarbij zouden moeten vervullen. Nog los van de vraag van wat ik er op inhoudelijke gronden van vind mis ik zo’n debat in Nederland. Hier lijkt het vooral en alleen over bezuinigen te gaan op de publieke sector.
En zo kwam het dat het idee van ‘Big Society’ mij nog in de stand van de LCB mobiliseerde tot het nemen van een initiatief in de vorm van het schrijven een blog. Ik kies voor de invulling ervan voor ‘sociaal ondernemerschap’ als invalshoek. Omdat ik denk dat sociaal ondernemerschap in de kern gaat over het creëren van publieke waarden naast het realiseren van economische doelen. En daarmee zijn sociaal ondernemers in potentie krachtige actoren als het gaat om het nemen van maatschappelijk initiatief. En omdat ik denk dat de overheid een bijdrage te leveren heeft aan deze sector, anders dan louter terug te treden en daarmee ruimte te laten voor de ‘invisible hand’.
Voorbeelden van sociaal ondernemers zijn er te kust en te keur. Wat te denken van een organisatie als valid express; een op commerciële basis gerunde pakket bezorgdienst voor en door mensen met een lichamelijke handicap of liever in de woorden van de initiatiefneemster; mensen met een ‘lastig lichaam’. In plaats van een leven in de Wajong, volwaardige deelname aan het arbeidsproces. Of de beweging rond het verlenen van micro-kredieten, van vernieuwing in de context van typische ontwikkelingsproblematiek in verre buitenlanden, nu ook een reële mogelijkheid voor Nederlandse ondernemers die anders niet of nauwelijks aan het benodigde geld voor de start van hun bedrijf kunnen komen.
Over een eensluidende definitie wat een sociaal ondernemer is, is de discussie in de literatuur niet uitgewoed, en dat is maar goed ook. Zelf hanteer ik de volgende omschrijving als werkdefinitie: een sociaal ondernemer is een ondernemer die maatschappelijke en economische doelen in de missie van zijn/haar organisatie heeft opgenomen met het primaat bij de maatschappelijke doelen. Dus niet als het financieel een tandje minder gaat even wat minder doen aan het creëren van maatschappelijke waarde(n). Het kan daarbij gaan om maatschappelijke organisaties die nieuwe vormen vinden om onafhankelijk(er) van subsidies te worden, bijvoorbeeld door in te spelen op marktfalen. En vaker nog om mensen die met hun ondernemerschap radicaal het verschil willen maken in termen van het creëren van een betere wereld. In dat laatste geval gaat het om systeem transformatie, om nieuwe oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen. Om dit te kunnen zullen sociaal ondernemers nieuwe business concepten moeten ontwikkelen en in de sociale markt zetten. En ze zullen vaker ook tegen de gevestigde belangen in moeten opereren om de oorzaken van de problemen op andere, meer innovatieve manier weg te nemen.
Recent bracht McKinsey Nederland de resultaten van een onderzoek naar de sociaal entrepeneurship sector uit met als titel ‘Opportunities for the Dutch Social Enterprise Sector’. In het onderzoek is aan meer dan 700 sociaal ondernemers gevraagd naar hun behoeften aan ondersteuning in de respectievelijke fasen in de levensloop van hun onderneming. Opvallend is dat er vooral behoefte lijkt te bestaan aan ondersteuning bij de opschaling van start-up naar groeifase. Deze behoefte is drieledig en bestaat uit een behoefte aan financiële ondersteuning, management ondersteuning en wetgeving. Het verkrijgen van krediet is bijvoorbeeld voor sociaal ondernemers die werken met een zogenaamde triple bottom-line een hele opgave. Immers een deel van de outcome van hun bedrijvigheid is niet in geld uit te drukken en dat maakt het inschatten van de risico’s voor traditionele kredietverschaffers (banken en investeerders) moeilijk. Veel sociaal ondernemers starten vanuit een ideaal en er blijkt met name bij doorgroei behoefte te zijn aan ondersteuning bij de bedrijfsmatige aspecten.
Sociaal ondernemers opereren bijvoorbeeld vaak in een multistakeholder omgeving met alle uitdagingen die daarbij horen als het om groei gaat. Anders dan in ons omringende landen, is er in Nederland geen rechtspersoon die tegemoet komt aan de specifieke behoeften bijvoorbeeld op het fiscaal gebied die sociaal ondernemerschap met zich meebrengt.
Het zal dan ook niet verbazen dat in het genoemde rapport een aantal aanbevelingen geformuleerd worden richting het ontwikkelen van een ondersteuningsstructuur voor de nieuwe sector. Vanuit die ondersteuningsstructuur kan dan een lobby richting geldschieters en wetgever georganiseerd worden.
En hier is Engeland zeker een inspiratie als het gaat om de vraag hoe je zoiets zou kunnen inrichten. Rond de eeuwwisseling is bijvoorbeeld UnLtd opgezet. Deze organisatie beheert een trustfund van waaruit sociaal ondernemers leningen kunnen krijgen. Er zijn in de afgelopen 10 jaar 10.000 bedrijven en community projecten ondersteund met leningen, maar ook met training op maat. ‘Big Society’ in full swing zo gezegd.
Het is interessant om te bekijken welke rol de Britse overhe(i)d(en) spelen bij deze ontwikkelingen. Niet om dat dan te kopiëren naar de Nederlandse context, maar om het debat te stimuleren wat de rol van de Nederlandse overheid zou moeten of kunnen zijn bij het stimuleren van deze nieuwe sector. Want een terugtrekkende overheid maakt nog geen ‘Big Society’.
Peter Linde
o.a. docent vak social entrepreneurship as challenge
Initiator Social Entrepreneurship Lab
Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap









